Meteen naar de inhoud

Soms moet je gewoon even lijden

Bron: Pixabay / composita

Ik ben een opgever. Als ik iets niet meer leuk vindt, dan stop ik ermee, het moet immers wél leuk blijven. Alleen weet ik ook wel dat als je altijd opgeeft, dat je dan niet vooruitkomt, dus soms zet ik ook gewoon door.

Maar toch, ik dacht; ik ben een opgever. Ik vind veel dingen gewoon niet belangrijk genoeg om comfort en gemak voor te laten staan. Mark Manson beschrijft dat mooi in zijn boek ‘De edele kunst van not giving a f*ck‘, het leven gaat om de dingen die belangrijk genoeg zijn om voor te lijden. Dingen zoals het afmaken van een studie die je écht wilt halen, een baby baren (;-)) of voor de derde keer gaan afrijden voor je rijbewijs. Die passie waarvoor je je eerst jaren in het zweet moet werken voordat het geld oplevert.

Maar ik vind het lastig om te bepalen wát nou die dingen zijn waar je pijn voor moet lijden. Gelukkig werd ik onlangs op de proef gesteld binnen 25 minuten. Toen werd ik vastbesloten om te lijden. Tot het gaatje…

Mijn eerste vijf kilometer

Afgelopen zomer deed ik namelijk mee aan mijn eerste hardloopwedstrijd. Een wedstrijd van 5 kilometer. Een afstand die te doen is. Tijdens de trainingen loop ik soms 7 kilometer (met wandelen tussendoor), dus ik dacht, die 5 kilometer moet wel lukken. Dat vond mijn trainer overigens ook.

En dus ging ik van start in het tempo dat ik tijdens mijn trainingen altijd zie als ‘comfortabel’. Alleen waren de omstandigheden iets anders dan tijdens de training. Het was nogal warm. En ik loop altijd erg slecht in de warmte. Maar goed, zo’n wedstrijd brengt ook heel veel positieve dingen mee, zoals mensen die ‘mede lijden’, enthousiaste aanmoedigingen langs de kant van de weg en handige waterbekertjes die je krijgt aangereikt waarbij je jezelf tijdens het drinken helemaal onder spettert (vooral bij het kruis).

Je zit in een flow en dan kun je altijd meer dan je denkt.

Maar toch, ik voelde me al vrij snel oncomfortabel en ik wist dat ik niet eens op de helft was. Om mij heen begonnen de eerste mensen te wandelen. Mijn ademhaling ging zwaarder. Later bleek dat mijn hartslag al na 8 minuten boven de 180 zat. Dat is behoorlijk max voor mijn leeftijd, maar uiteindelijk ging hij tot 199 zelfs.

Ergens in de vierde kilometer kreeg ik mijn hakken niet meer omhoog en begon ik te stampen. Echt een vreemd gevoel als dat gewoon niet meer gaat. Ondertussen waren allerlei mensen om mij heen opgelucht en jaloersmakend aan het wandelen geslagen, maar ik had voor mezelf een doel: Ik geef niet op, rennend haal ik de finish!

Tijdens de vijfde kilometer probeerde ik mezelf gerust te stellen dat er nog nooit iemand was overleden aan hardlopen. Datzelfde dacht ik als tiener toen ik hele dagen in bloedhete zon in de kassen werkte; er is nog nooit iemand overleden tijdens het werk ik de kassen. Of dat waar is weet ik eigenlijk niet, maar er zijn zeker mensen overleden tijdens het hardlopen. Maar toch niet van de 5 kilometer hoop ik. En dus strompelde ik door.

lijden

Deel dit artikel op Pinterest

Tot in mijn rechteroog mijn allerliefsten opdoken en ik ineens weer een laatste energieboost kreeg, blij dat zij konden zien dat ik er bijna was, dat ik níet had opgegeven. In het zicht van de finish probeerde ik er nog een sprintje uit te trekken, maar ik was echt TOTAAL leeg. Ik had alles gegeven. Vijf kilometer in 32.49. Ik vind het goed, ik ben trots.

Excuses

En misschien was het stoerder geweest als ik had verteld dat ik die 5 kilometer met twee vingers in de neus haalde en er nog een eindsprint wist uit te persen. Misschien ben ik een loser dat ik al moeite heb, met máár 5 kilometer (de mensen om mij heen liepen ook 10 en 21 kilometer), maar eerlijk gezegd vond ik het helemaal goed dat ik moest lijden. Dat ik na de finish op de eerste plek waar ik kon zitten door mijn hoeven zakte en ik heel veel eten nodig had om weer een beetje op krachten te komen. Dat ik daarna in trance door de menigte zwalkte om mijn mensen te zoeken. Het heeft me ook wel wat gebracht.

Want nu ik weet dat ik kan lijden, kan ik alles. Ik denk dat ik de volgende keer maar voor de 10 kilometer ga 😉

Lees ook:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *