Oh, u kent haar niet

U wilt weten hoe dit had kunnen gebeuren? Nou, daar heb ik natuurlijk ook over na zitten denken. Ik denk dat het een optelsom is van factoren. Nu ik erop terugkijk begrijp ik niet hoe het gebeurd kan zijn, als ik puur kijk naar wat voor persoon ik ben: netjes opgevoed, welbespraakt, intelligent. Maar als ik mijn gevoelens van het moment zelf voor de geest haal en dat is niet makkelijk hoor, dat zeg ik eerlijk, dan heb ik toch het gevoel dat ik niet anders kon. Natuurlijk kan het niet wat ik heb gedaan, maar ze ging echt te ver. Al die kinderen gingen eigenlijk te ver. Enfin, het is ingewikkeld. Zoals ik al zei, het is een optelsom van factoren. Ik vind het lastig te bepalen waar we moeten beginnen. Nee dank u, ik hoef geen koffie, ik drink liever thee, maar ik heb van uw collega al thee gehad. Ik zit hier al een tijdje, weet u.

‘Ik zou ook wel naar huis willen, maar ik weet eigenlijk niet of dat nu nog gaat, gezien de omstandigheden’

Misschien moet ik gewoon beginnen met vanochtend. Of nee, misschien moet ik u eerst wat vertellen over wat ik doe en waarom ik dat doe. Sinds, eens even denken, 1979, geef ik aardrijkskunde op de middelbare school. Mijn vader was ook onderwijzer en mijn opa ook. Ik kom dus uit een heus onderwijzers geslacht zou je kunnen zeggen, dus ja, dan rol je daar zo in. De meeste jaren gaf ik les op een middelbare school in het buitengebied. U kent dat misschien wel, zo’n school waar nog vloerbedekking lag en iedereen elkaar kende. Ik had het daar erg naar m’n zin. Nadat mijn vader overleed ben ik naar de stad verhuisd om mijn moeder te ondersteunen. Ik doe veel voor haar, ziet u. Ik ben de enige zoon en zonder gezin, dus ja dan gaan die dingen zo. Zodoende kwam ik terecht op deze stadsschool. En dat is toch andere koek, mijne heren. Daar is de mentaliteit totaal anders, dus u begrijpt dat ik daar even aan moest wennen. Wat zegt u, ik moet m’n verhaal inkorten? Ik snap het, u wilt natuurlijk naar huis, het is ook al laat inmiddels. Heeft u een gezin? Doet dat niet ter zake? Oké, ik zal het proberen kort te houden. Ik zou ook wel naar huis willen, maar ik weet eigenlijk niet of dat nu nog gaat, gezien de omstandigheden. Ik weet ook eigenlijk niet hoe het nu met mijn moeder moet, heeft iemand haar gebeld? Oh, dat is fijn, dank u wel.
Nou eens denken, een half jaar geleden kwam mijn collega in de ziektewet terecht en daardoor kreeg ik er ook twee vmbo-klassen bij. Dat had ik nog niet eerder gehad, ik geef normaal les op de havo en het atheneum. En weet u, het vmbo is toch anders. Ik vind het lastig te zeggen, want natuurlijk is iedereen gelijkwaardig en ik heb natuurlijk ook geen oordeel over de verschillende niveaus, maar laat ik het erop houden dat de leerlingen daar wat meer ‘praktisch’ ingesteld zijn en een beetje speelser, waardoor het moeilijker is om mijn kennis over te brengen. Maar ik doe natuurlijk mijn best zoveel mogelijk informatie in die hoofdjes te stoppen, want ik zie het onderwijzerschap toch als een levensmissie en ik ben enorm dankbaar dat ik iets mag betekenen in hun jonge levens. Ik bedoel, je kunt echt het verschil maken, ik kan u voorbeelden geven van jonge mensen wiens levens ik echt op een positieve manier heb veranderd, zoals Jasper Tienekamp. Oh mijn excuses, ik zal niet teveel uitweiden.
Zoals ik zei, sinds een aantal maanden heb ik twee vmbo-klassen die ik lesgeef, meteen na elkaar. Dat is in hetzelfde gebouw, dus dat is mooi praktisch. Hulde aan de roostermakers die daar toch altijd weer zo hun best voor doen. Dus vanmorgen liep ik, zoals elke week, met de tas onder mijn arm naar het andere gebouw. Even een wandelingetje in de zon, er zijn ergere dingen nietwaar? Misschien goed voor u om te weten dat we als docenten een bepaald curriculum moeten volgen, dat is een lijst met dingen die leerlingen moeten kennen als het jaar voorbij is. Aan de hand daarvan plannen wij onze lessen. Nu ken ik het curriculum van het havo en het atheneum natuurlijk op mijn duimpje, soms wijzigt dat een beetje en dat leer je dan tijdens een bijscholing, maar in grote lijnen verandert er niet zoveel. Maar voor het vmbo heb ik me eerst in moeten lezen, want daar had ik natuurlijk nog geen ervaring mee. Toen ik vanmorgen even moest wachten op een collega waar ik iets van nodig had, bladerde ik dit curriculum nog eens door en kwam ik tot de verschrikkelijke conclusie dat ik iets gemist had. Ik was vergeten een bepaald deel uit het boek te behandelen. Ik geef het maar eerlijk toe, ik had een fout gemaakt. En ik zeg u, ik ben altijd ontzettend punctueel, mijn collega’s en oud-leerlingen zullen dat beamen. Dus u kunt zich misschien wel voorstellen in wat voor vreselijke situatie ik mij bevond toen ik er deze ochtend achter kwam dat ik eigenlijk een flink stuk achter lag met de lesstof. En het is bijna zomervakantie natuurlijk en ik kan mijn zieke collega natuurlijk niet gaan opschepen met een onvoldoende voorbereide klas volgend jaar. Ik bedoel, straks belandt ze daardoor weer in de ziektewet. Oh, u heeft geen idee hoe erg ik dit allemaal vind. Heeft u een tissue? Dank u.
Excuses voor de emoties, maar als je niet vaak fouten maakt, is het behoorlijk lastig daarmee om te gaan. Ik heb een hoge standaard weet u, mijn vader en opa hadden dat ook, ik heb een eer hoog te houden. En dan zoals ik al zei, het gaat hier om kinderen die al een achterstand hebben eer ze de maatschappij ingaan, dus ik voel die verantwoordelijkheid en ik zou natuurlijk niet willen dat ze allemaal slachtoffer worden van mijn fout. Ik bedoel, het is niet dat ik me een keer heb verslapen, het is echt een grove fout die grote gevolgen kan hebben voor heel veel kinderen! Ik hoop dat u beseft hoe erg dit is! Ik ben me er in ieder geval wel degelijk van bewust!
Ja, dank u, het gaat wel weer, excuses dat ik mijn stem verhief in de opwinding van het moment. Enfin, ik vind het zoals gezegd behoorlijk lastig die kinderen van het vmbo een beetje aan het werk te zetten. Ze zijn niet gemotiveerd en kletsen soms dwars door me heen, ze hebben van huis uit weinig manieren meegekregen. Soms, als ik boos word, lachen ze me recht in m’n gezicht uit en als ik ze op de gang zet, dan deert dat ze niet. Erger nog, dan gaan ze zelfs soms nog vreselijk irriteren voor de deur waardoor ze de andere kinderen afleiden. Oh het is vreselijk, ik ben opgelucht als mijn collega weer beter is. En ik koop haar dan meteen een dikke bos bloemen en een reep chocolade, want poeh, wat heb ik een respect voor die vrouw.

‘Ik oordeel niet over niveaus, ik denk dat ze gewoon meer praktisch ingesteld is’

Maar u wilt dat ik u vertel over het slachtoffer? Ja sorry, natuurlijk, ik ratel maar door. Het zit me nogal hoog, zoals u zult begrijpen. Eens even denken, wat moet ik zeggen over het slachtoffer? Nou ja, het is een meisje, genaamd Mirjam Beulenkamp en ze is zestien jaar oud, ze is een jaar blijven zitten. Ze is… ja wat moet ik zeggen. Laat ik het als volgt formuleren: ik denk dat haar ouders niet zo heel hoog zijn opgeleid. Ik denk ook dat ze zelf niet zo heel intelligent is. Niet dat dat hoeft hoor, helemaal niet. Ik oordeel niet over niveaus, ik denk dat ze gewoon meer praktisch ingesteld is. En dat is helemaal niet erg hoor, als mijn auto kapot is ben ik toch blij dat hij niet gemaakt wordt door een universitair hoogleraar. Maar goed, daarom is het wel lastiger om informatie over te brengen. Ook al doceer ik een tamelijk praktisch vak, mensen verwachten toch niet dat ik met mijn leerlingen naar de toendra ga of in de grond wroet, op zoek naar de verschillende grondlagen. Het is toch vooral theorie. Dat praktische zou ook niet echt bij mij passen, moet ik u eerlijk zeggen. Poeh, ik probeer de sfeer wat luchtig te houden, maar u blijft ze me maar zo streng aankijken. Nou ja, ik snap het hoor, u doet ook gewoon uw werk. Maar mag ik misschien nu wel een glaasje koud water? Ik begin nogal te zweten, ziet u. En het is niet zo dat ik een extra overhemd heb meegenomen.

Dank u, dat was even lekker. He, waar was ik? Oh ja, Mirjam. Eens even kijken, los van haar gebrek aan intellect is het ook een tamelijk negatief meisje. Altijd boos en mopperend, u kent ze misschien wel, van die mollige stampvoetende kinderen met van die rode dikke wangen. Niet dat ik het erg vind hoor dat ze dik is, ik veroordeel niemand, natuurlijk niet. Het is nu eenmaal zo dat de ene mens meer honger heeft dan de ander. Daar is niks mis mee. Ik zou toch ook niet willen dat mensen honger lijden omdat ik daar een oordeel over zou hebben. Nee hoor, wie ben ik? Ik eet liever een voedzame maaltijd, maar ja het kan natuurlijk zijn dat ze alleen maar patat lust of allergisch is voor groentes, wat weet ik ervan? Ik heb zelf geen kinderen, dus hoewel ik werk tussen de kinderen, eet ik nooit met ze. Dus het is niet aan mij om te oordelen.
Maar ja, ze is nog maar zestien he. Dan is die ouders toch ook wel wat te verwijten. Maar ja, je weet niet wat dat voor mensen zijn. Voor hetzelfde geld zijn die net zo opgegroeid en net zo dik en hebben ze nog nooit van een voedzame maaltijd of groente gehoord. Wie zal het zeggen? Ik ken ze dus niet, op de middelbare school zie je niet zo snel ouders, alleen van de mentorklas en goddank zit zij niet in mijn mentorklas. Nee, ik vind haar hoogst onaangenaam. Maar dit is even tussen u en mij he, niet verder vertellen. Wat zegt u? Oh ja het gesprek wordt opgenomen. Poeh, ik ben mezelf lekker in de nesten aan het werken. Nou, ik had ook nooit verwacht dat een rechtschapen burger zoals ik hier ooit terecht zou komen.
Het is trouwens niet alleen dat ze te veel eet, ze eet ook nog ontzettend vies. Dus terwijl ik probeer de lesstof er een beetje snel doorheen te krijgen, vanwege die achterstand ziet u, gebeurt er van alles. Hemeltjelief, wat vind ik het erg dat ik die kinderen een achterstand heb laten oplopen, want er zitten heus ook hele vriendelijke en leuke kinderen in die klas hoor. Ik hou in zijn algemeenheid erg van kinderen. Niet op die manier hoor, gewoon oppervlakkig, platonisch. Oh wat zeg ik nu toch weer allemaal. U zult misschien nu wel denken: een oude man zonder gezin die van kinderen houdt, dan weet je het wel. Ik zweer u op mijn vaders graf dat ik nooit en te nimmer op die manier over kinderen heb nagedacht. We hebben een zware verantwoordelijkheid om ze zo goed mogelijk op de maatschappij voor te bereiden op de maatschappij, oh mijn God, wat ben ik in hemelsnaam aan het bazelen. Excuses dat ik de Heer erbij haal.

‘Wat denken jullie van me, dat ik ontsnap!?’

Vanmorgen dus. Ik probeer die lesstof zo snel mogelijk te behandelen, maar verschillende leerlingen werken tegen. Timo begint gewoon dwars door me heen te praten, Willem, oh ik durf het bijna niet te zeggen, maar die laat gewoon een harde scheet midden in het lokaal. Da’s ook eentje die zo graag vette hap mag eten. En nou, die darmen kunnen daar dus ook niet goed tegen en oh bah, die vette huid die je daarvan krijgt! En op die leeftijd hebben ze ook nog allemaal acné, bah.
En dan heb je nog Ellis, die blijft maar vragen. Kijk, die is dus niet praktisch ingesteld, die wil zelfs naar de havo, maar dat meisje kan de lesstof niet echt goed snappen. Ze heeft echt een laag niveau, maar blijkbaar heeft nog nooit iemand tegen haar gezegd dat ze nooit van z’n leven naar de havo kan en die blijft maar vragen waardoor alles al uitliep, dus u kunt zich wel voorstellen hoe de druk bij mij opliep. Ik voelde mijn bloeddruk stijgen en mijn hartslag toenemen, nu moet ik zeggen dat ik van mezelf snel een hoge bloeddruk krijg hoor. Mijn moeder zei altijd: ‘Alfons wil het altijd te goed doen.’ Ja, m’n lieve moedertje, ik zorg nu dus voor haar, ze is al over de negentig en toch nog geheel zelfstandig. Of nou ja, ook dankzij mij, maar ik doe het graag hoor. Als je zelf geen kinderen hebt, dan koester je alle familie die je hebt en je weet ook niet hoe lang ze nog heeft. Ze heeft ook altijd goed voor mij gezorgd, ze was een hele lieve moeder hoor kan ik u zeggen. Mijn vader was nog wel eens streng, maar zij was altijd lief, zo waren moeders nog in die tijd, die deden alles voor het gezin.
Maar goed, ik had er veel werk aan om mezelf een beetje te kalmeren en Ellis goed uitleg te geven. Dus ik schreef wat extra dingen op het bord om het uit te leggen. En zoals ik al zei, het was een optelsom van factoren. Vindt u het erg als ik even naar het toilet ga, ik moet even tot mezelf komen. Hoe lang kan ik naar het toilet, zijn daar regels voor? Want daar zou ik dan graag gebruik van maken. Waar is mijn advocaat eigenlijk? Hoor ik geen advocaat te hebben? Oh, die komt eraan? Dat is fijn. Ik heb zelf helemaal geen advocaat, ik ben nog nooit met justitie in aanraking gekomen ziet u. Het begint hier steeds warmer te worden, vindt u ook niet? Dank u, fijn dat ik even naar het toilet kan. Ik zal niet te lang gaan. Moet er echt iemand mee? Wat denken jullie van me, dat ik ontsnap!? Kom op zeg, ik ben een rechtschapen burger, alstublieft!

‘ Ik was bijna in staat de klas uit te rennen van woede en ontslag te nemen, maar dan moest ik langs haar’

Nou, dat was fijn, ik heb me een beetje opgefrist. Ja, voor u zijn dit soort dingen dagelijkse praktijk, maar ik heb hier – zoals u weet – geen ervaring mee. Maar goed waar waren we gebleven? Oh ja, het vervelende gedeelte, het was zo’n naar gevoel ziet u, om dat weer op te moeten roepen is erg zwaar. Ik ben best een prater zoals u misschien wel merkt, maar als het gaat om gevoelens en emoties ben toch wel een binnenvetter hoor. Dat zei mijn moeder altijd al: ‘Alfons is een binnenvetter, een opkropper.’ Want weet u, soms zie ik er het nut ook niet van in om mijn hele emotionele huishouding op tafel te leggen, maar ik denk dat het nu wel belangrijk is, zodat u wat meer begrip krijgt voor mijn situatie, dus ik ga mijn best doen. U wil natuurlijk naar huis. Poeh, ik heb het alweer warm. Kan ik niet zo’n kan water krijgen? Dat zie je toch vaak in televisieseries? Dan zien de verhoorkamers er trouwens heel anders uit, veel grijs en beton, mijn complimenten voor de smaakvolle inrichting van deze kamer. Maar goed, ik zal nu verder gaan.
Ik tekende dus wat dingen op het bord, die Ellis niet begreep en achter mij was enorm veel kabaal. Normaal zou ik hebben gezegd: Nu stil allemaal! En dan gaan we verder, maar ja, ik had haast, het uur was bijna voorbij. En ik had in mijn kleine pauze helemaal een schema gemaakt van hoe ik die achterstanden per week kon wegwerken, waardoor ik precies wist wat ik nog allemaal moest doen in dat uur. Dus probeerde ik niet te letten op de rest van de klas, maar u kent dat misschien. Heeft u eigenlijk kinderen? Ja, wat leuk, hoe oud? Zes en drie, ja dan luisteren ze meestal nog wel goed en vinden ze misschien school nog leuk als u geluk heeft. Maar goed, ze fluisterden en ze klakten met zo’n speelgoedje dat nu weer een rage is. Vreselijk. Ook allemaal rotzooi die in China wordt gemaakt door kinderarbeid, ze zijn er drie weken non-stop mee aan het rommelen en daarna verdwijnt het weer ergens in een la in hun uitpuilende kasten in de veel te grote slaapkamers van al die prinsjes en prinsesjes. Waar gaat het heen met de wereld!?
Maar goed, er waren mensen aan het tikken op hun smartphones, rugzakken verschoven, ik dacht dat ik gek werd. Maar het allerergste was Mirjam. Zoals vaak was zij het allerergste. Die smerige, opgebolde wangen, dat uitdagende vette, glimmende gezicht, die afzichtelijke scheefzittende tanden en dan die kauwgom waar ze gewoon op zat te smakken. Ik draaide me om en op het moment dat ik haar zag, was ik al witheet. Dat vond ze leuk en daarom riep ze uitdagend ‘Hé ouwe, heb je haast?’ Ik weet nog precies wat ze daarna zei en ik zal het zachtjes zeggen, want ik schaam me diep dat iemand in mijn klas zulke dingen zegt. Ze zei, letterlijk: ‘Of mag u d’r straks eindelijk op, op Grevink. Heeft u daarom zo’n haast?’ En u kent juffrouw Grevink niet, maar dat is een uiterst nette dame die bij de catering werkt en wij hebben altijd goed contact met elkaar. We komen een beetje uit dezelfde maatschappelijke klasse, ziet u. En dat zij insinueerde dat ik met deze uiterst nette en vriendelijke dame een platte affaire zou hebben? Dat ging me te ver, ik vond ook dat ik het op moest nemen voor mevrouw Grevink, oh hoe durfde ze! Dus stuurde ik Mirjam de klas uit, ik was echt zo boos, ik kan me niet heugen dat ik ooit zo boos was. Dank u voor het water, ik zat zo in mijn verhaal dat ik niet eens heb gezien dat u de kan heeft binnen laten brengen, mijn excuses. Maar goed, ik zette haar uit de klas en ik weet het niet, maar mijn tensie was enorm. Nu weer trouwens merk ik, ik moet niet teveel van dit soort dagen hebben, dan sterf ik voor m’n pensioen aan een hartinfarct. Enfin, ik was bijna in staat de klas uit te rennen van woede en ontslag te nemen, maar dan moest ik langs haar, want zij liep tergend langzaam de klas uit. In slowmotion, omdat ze blijkbaar had aangevoeld dat ik haast had en ze keek me spottend aan en ik wilde dat ze verdween en dat ze sneller liep en alles wat ik dacht was dat ze de klas uit moest en snel, zodat ik door kon met mijn les en ineens… ik neem even een slokje, moment. Opeens wilde ik haar letterlijk de klas uit duwen of gooien, maar ik wilde haar ook niet aanraken en daarom pakte ik het eerste wat ik zag, greep mijn leraren stoel en smeet deze naar haar hoofd. Ik weet niet waar ik de kracht vandaan haalde, maar ik denk dat het de adrenaline was die was opgelopen en de stoel stond het dichtste bij. Als ik een perforator op m’n bureau had staan, had ik die misschien gegooid en dan waren de gevolgen waarschijnlijk minder erg geweest. Alhoewel, dat moet ik misschien ook niet onderschatten. Maar ziet u, ik heb altijd een heel erg net bureau, want ik hou erg van orde. Er lag alleen een boek en die had ik nu juist nodig voor dat curriculum.
Ik voel nog steeds de woede en het spijt me dat ik weer emotioneel word, ik ben daar normaal niet zo goed in. Maar oh, u kent haar niet. Of kende, moet ik waarschijnlijk zeggen nu. Ja, het is tragisch. Maar ik denk niet dat er veel aan haar verloren is gegaan. Ik denk niet dat ze een hele positieve bijdrage had geleverd aan de maatschappij als ik eerlijk ben. Enfin, die stoel gooide ik blijkbaar zo hoog, dat hij haar hoofd raakte en eerst zag ik haar verbaasde uitdrukking, want tijdens de tocht naar buiten bleef ze me uitdagend aankijken, en na de verbazing viel ze op grond, met dat gewicht, het zag er zo lomp en onbehouwen uit ook. Haar voeten gleden ook nog een beetje uit, die vloeren op school zijn vaak zo glad en toen donderde ze zo op de vloer. En de stoel zelf kwam met een klap tegen de deur terecht waar het glas uitviel in honderdduizend stukjes, oh het was een hels kabaal. Het is speciaal van dat ‘veilige’ glas in de deur ziet u, dat meteen versplinterd, noem je dat zo? Maar goed zij was dus flink geraakt en ik zag haar liggen op de grond, ze was meteen bewusteloos geraakt en het enige wat ik dacht terwijl er langzaam een plas bloed ontstond om haar hoofd, het eerste wat ik dacht was: ruim haar nou op, dan kunnen we verder met dat curriculum! Maar dat gaat nu niet meer lukken zeker?

Dit verhaal heb ik ingestuurd voor een schrijfwedstrijd met het thema ‘Onder druk’. Het idee ontstond omdat m’n 14-jarige neefje zich had aangemeld als proeflezer en hij houdt van verhalen met ‘actie’. Dus ik dacht, er moet actie in én het moet zich afspelen in de leefwereld van een 14-jarige. En voilá, de doordraaiende leraar werd geboren. De reden dat hij doordraaide ontstond gaandeweg. Ik wist alleen dat het een beetje bloederig moest worden. 😉

Meer korte verhalen

1 reactie op “Oh, u kent haar niet”

  1. De wijze waarop je het karakter van de hoofdpersoon in het verhaal blootlegt vind ik erg goed. Het is een persoon waarbij ik het waarschijnlijk geen minuut vol zou kunnen houden(Ik krijg medelijden met de Rechercheurs), toch schrijf je het op zo’n manier dat dat het grappig is en boeiend blijft.
    Het karakter van deze man is een verschrikkelijke combinatie van een aantal mensen die ik gekend heb (behalve dan de moordenaar). In het begin dacht ik dat het alleen maar een narcist was die aan het doldraaien is. Gaandeweg bemerk je het totale gebrek aan echte empathie en wordt het toch creepy. Hij lijkt (voor mij) psychopathische trekken te hebben. Toch blijft het verhaal erg grappig; ik heb ervan genoten.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

CommentLuv badge