Nieuwe vrienden

Het was na het zevende scrabblewoord dat er een hele rits aan ervaringen volgden die ik niet aan had zien komen. Een vriendinnenavond, het had zo leuk kunnen zijn, maar ik bracht hem door met de saaiste vrouw op aarde: Marleen. De hele avond had ik naar haar oersaaie verhalen geluisterd, waarbij ik voortdurend had moeten knikkebollen. Dat deed me denken aan mijn schooltijd, dat je voortdurend bleef vechten tegen de slaap. Ooit las ik ergens dat iemand wakker houden een martelmethode is en ik snap wel waarom.
Omdat ik de bank niet langer trok – die is funest voor je energie – had ik voorgesteld om een spelletje te spelen aan de keukentafel. Ik schonk nog een glas wijn in voor mezelf, zij had geen dorst. Ik haalde lekkere hapjes, zij was op dieet. Toen haalde ik de scrabbledoos onder het stof vandaan en gingen we van start. Vroeger speelde ik wel eens scrabble met mijn ouders of broer, maar dat was anders. Dan was het de kunst om zo vies mogelijke woorden neer te leggen en moesten we daar om lachen. Met Marleen was altijd alles netjes en bedeesd, serieus. Al bij haar eerste beurt begon de tijd nog verder te vertragen. Ze rekende nauwkeurig uit welk woord de meeste woordwaarde had, ik zag haar lippen langzaam tellen en haar blik stilhouden op haar plankje met de stenen. Met haar vingers tikte ze de letters aan die ze in haar hoofd had en reorganiseerde de stenen op haar plankje. Ze nam de tijd en ik had spijt van m’n idee. Misschien had ik beter een ziekte geveinsd of overdreven gegaapt, maar ik vraag me af of ze die boodschap had begrepen. In plaats daarvan nam ik – na het zevende scrabblewoord – de gelegenheid me tegoed te doen aan mijn verslaving waar ik deze avond ontzettend dankbaar voor was, ik ging even buiten roken. ‘Niet stiekem achter m’n bordje kijken, hè’, grapte ik toen ik wegliep. Maar ik wist dat ze het niet eens in haar hoofd zou halen.
Buiten merkte ik pas hoe warm het nog was in de avond. Ik rook barbecue-luchten en hoorde mensen praten, een paar huizen verderop. Acuut kreeg ik zelfmedelijden, waarom zat ik op zaterdagavond opgesloten met een halfdode zombie en hadden zij zoveel plezier? Waar had ik dat aan verdiend? Waarom had ik haar eigenlijk uitgenodigd? Uit medelijden. Nou, lijden deed ik zeker, daar was geen twijfel over mogelijk. Maar ik had ook gewoon niet zoveel andere mensen om uit te nodigen op zaterdagavond.
Terwijl ik langzaam hijsjes nam van m’n sigaret – zelfs alleen in het pikdonker was dat nog enerverender dan met haar te zijn in de woonkamer – besloot ik wat te wandelen. Om stiekem binnen te gluren bij het feestje van mensen die ik niet kende.
Ik wandelde door het steegje dat achter onze huizen liep toen iemand zijn arm om me heen sloeg. Ik schrok ervan en keek in de geïnteresseerde pretogen van een wildvreemde man. ‘Wat doe jij hier?’ zei hij, ‘jou had ik nog niet gezien.’ Hij knoopte zijn broek dicht – waarschijnlijk had hij net in de steeg geplast – en nam me mee de onbekende tuin in. Die stond vol met mensen van mijn leeftijd, maar dan een stuk hipper en gezelliger. Het was een feestje dat niet zou misstaan op instagram met knappe, extraverte mensen die te hard lachten en te veel dronken. De jongen bleek Theo te heten en bleef maar tegen me aan kletsen. Ik dacht aan Marleen die op dit moment in mijn woonkamer zat te wachten tot ik terugkwam. Ik moest naar huis, ik kon haar daar moeilijk laten zitten.
Het punt was dat het geweldig voelde, hoe ik in deze tuin tussen leuke mensen stond alsof ik één van hen was. Door Theo’s aandacht vóelde ik me één van hen. Terwijl hij bleef praten en ik om zijn grappen lachte, dacht ik aan mijn leven en waarom daar weinig gezellige mensen en feestjes waren. Tijdens mijn middelbareschooltijd was het nog prima, maar na mijn examen ging iedereen verder studeren, terwijl ik ging werken. Ik was verliefd geworden op een hippie die ik me had laten wijsmaken dat het goed was niet mee te gaan in de vaart der volkeren om te eindigen als kantoorslaaf en je eigen pad te kiezen. In mijn geval: in een groentewinkel. Tussendoor maakten we reisjes samen, maar ik begon al snel te merken dat ik dat niet zo zag zitten, zo’n leven zonder verantwoordelijk en zonder doel. Toch zat ik – totaal onverwachts – op mijn twintigste met een positieve zwangerschapstest in mijn hand in een kraakpand met een jongen die stijf stond van de drugs. En dat was het, mijn jeugd was voorbij door één domme verliefdheid.
Kort na de geboorte van Isa ging hij er al vandoor en was ik blij dat hij weg was. Maar toen zat ik al vast tussen mensen zonder opleiding en ambitie. De enige mensen die ik nog had, waren mensen die ik kende van de middelbare school en die ook niet helemaal goed gelukt waren en daarom nooit naar de stad waren getrokken. Marleen was gewoon iemand die toevallig uit hetzelfde dorp kwam en dan fietste je samen naar school. En omdat je dingen van elkaar wist, hield je contact. En omdat je al geen tijd had om die suffe contacten te onderhouden, kwamen er ook zelden nieuwe mensen bij. Komaan, alleenstaande moeder, vier dagen in de week werken, dan blijft er niet veel tijd over voor nieuwe mensen.

Behalve dan als het altijd zo makkelijk zou gaan als deze avond. Theo was een typische verhalenverteller, hij was er echt goed in. Het het was lang geleden dat ik zo had gelachen. Hij stelde me voor aan andere mensen als een meisje dat hij ‘had opgeduikeld in de steeg en meegenomen’. Daar was niks aan gelogen. Niemand vroeg verder, iedereen leek zelfs blij dat ik er was.
Toen ik weer op m’n horloge keek, zag ik dat er al ruim een half uur was verstreken, wat zou Marleen inmiddels doen? Oh, ik moest echt terug, maar ik durfde niet terug, uit angst voor haar reactie. En omdat ik m’n eigen teleurstelling niet kon verdragen.
Ik voelde me weer zestien, toen het me vaker gebeurde dat ik per ongeluk een leuk feestje binnenliep. Terwijl Theo bleef praten, keek ik naar de mensen die er waren. Ze leken allemaal knap, zelfverzekerd en grappig. Maar dat had misschien te maken met het idee dat veel mensen aangeschoten waren. Voor hetzelfde geld waren het eigenlijk ook wel nerds, die voor de gelegenheid hun feestoutfit hadden aangetrokken. Misschien had ik Marleen stiekem alcohol moeten voeren en was het dan wel leuk geworden. Of nee, ik wist eigenlijk wel zeker dat het nooit leuk was geworden met haar. En ik moest nou écht terug, want het was inmiddels al bijna een uur later. ‘Ik moet echt terug naar huis’, zei ik tegen Theo. ‘Er zit thuis iemand op me te wachten.’ Theo keek me bevreemd aan toen ik dat zei.
‘Zit er nu iemand in je huis, terwijl jij hier bent?’ Ik knikte. ‘Waarom heb je die persoon dan niet meegenomen naar het feestje?’
‘Dat hadden jullie echt niet leuk gevonden’, gaf ik toe, ‘ze is echt het saaiste mens dat ik ken.’
‘Ik neem die uitdaging graag aan.’
‘Ze kan ook eigenlijk niet weg uit mijn huis’, realiseerde ik me. ‘Ze past nu in feite op mijn dochter, die slaapt boven.’
‘Heb jij kinderen?’ Theo keek nog verbaasder. ‘Ik moet echt eens leren minder te praten en meer te luisteren.’ Hij keek me van top tot teen aan en het leek hem te bevallen. ‘Ik ga maar’, zei ik.
‘Ik ga met je mee. Deze persoon wil ik graag leren kennen.’ Theo deed zijn sigaret uit, leidde me naar de deur en liep met me mee. Was dit vertrouwd? Ik kende deze jongen niet. ‘Je kan veel van me zeggen,’ hij leek precies te weten wat ik dacht, ‘maar ik ben één van de betrouwbaarste jongens die ik ken.’ Ik moest lachen.
We liepen mijn tuin in en ik was blij dat ik de lamp in de tuin nog niet had gerepareerd, want hierdoor konden we de woonkamer goed bekijken zonder zelf zichtbaar te zijn. Wat een eng idee eigenlijk, bedacht ik me, dat ik zo ook elke avond begluurd kon worden. Marleen sliep. Ze lag met haar hoofd opzij op de keukentafel. ‘Ze slaapt wel mooi,’ fluisterde Theo, ‘heb je niet wat make-up, dan kunnen we haar nog mooier maken.’ Ik hield m’n handen voor m’n gezicht om mijn lach te dempen, want het was natuurlijk een geweldig idee, maar niet uitvoerbaar. Want dit was Marleen, die zou dat zeker niet waarderen. Ineens zag ik Theo kijken naar een pakje stiften dat op Isa’s bureautje lag bij het raam. Voordat ik iets kon zeggen, opende hij de deur, pakte de stiften en liep naar Marleen toe. Ik kon hem niet stoppen, dan zou ik Marleen wakker maken en zou ze zich afvragen waarom ik binnen was gekomen met een wildvreemde man. En wat ik in hemelsnaam had gedaan. Ik had het niet uit kunnen leggen en ze zou een verkeerd beeld van me hebben dat ze vervolgens zou delen in de appgroep van onze middelbare school, met daarin de enige ‘vrienden’ die ik had.
Na een tijdje kwam Theo weer terug en gaf me spontaan een kus op mijn voorhoofd. ‘Ze ziet er mooi uit hoor’, fluisterde hij, ‘wat ga je nu doen?’ Daar had ik nog niet over nagedacht, zoals ik de hele avond niet had nagedacht over de gevolgen van mijn acties. Ik haalde m’n schouders op. Theo sleepte me de steeg weer in en legde me een plan voor. Wat heerlijk, een man met initiatief. Nadat ik hem beloofde dat hij nog eens terug mocht komen, liep ik weer naar binnen en ging aan tafel zitten met een boek. Marleen had een zwarte kring om haar ogen en op haar wangen waren hartjes getekend. Op haar voorhoofd stond smile. Ik bewonderde Theo niet alleen om zijn tekenkunst, maar ook omdat hij haar niet wakker had gemaakt terwijl hij zoveel had getekend. Toen opende ik het boek en sloeg de bladzijdes zo hard open dat Marleen wakker schrok en naar me opkeek.
‘Je bleef heel lang weg,’ stamelde ze, ‘het was al tien uur ofzo.’
‘Nee joh, ik heb alleen even gerookt, misschien heb je dat gedroomd.’ Ik wees naar mijn boek. ‘Ik heb een beetje gelezen, ik dacht dat je je slaap wel zou kunnen gebruiken. Het was toch ook zo druk op je werk?’ Marleen keek me met wantrouwen aan, hetzelfde wantrouwen dat ze altijd een beetje leek te hebben. Dat het nu terecht was, maakte niet veel uit. ‘Dan ga ik maar’, ze pakte haar spullen bij elkaar en liep naar de gang. Net op tijd bedacht ik me dat daar een spiegel hing en ik ging er voor staan. Weer een wantrouwende blik. Ik groette haar, terwijl ze wegging en wist dat dit de laatste keer was dat ze op zaterdagavond langskwam. Ze zou deze grap zeker niet waarderen, ik zou haar nooit meer zien. Ik zwaaide haar na en glimlachte.

Dit verhaal ontstond uit een schrijfoefening uit Het grote schrijf-doe-boek. Hierbij moest ik een woord opschrijven en daar associaties bij verzinnen. Het woord was ‘avond’, omdat ik het artikel eerst wilde insturen voor een schrijfwedstrijd met dat als thema. Uiteindelijk was het niet geschikt voor die wedstrijd, maar schreef ik het verhaal toch af.

Meer korte verhalen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge