Ze fietst…! (na een jaar oefenen)

Zo’n jaar geleden – Anna was net vier – haalden wij haar zijwieltjes van de fiets. Allerlei klasgenootjes leerden met veel succes fietsen en aangezien Anna al graag fietste met zijwieltjes leek het ons een goed moment.

De verhalen van andere ouders waren deze: “Ik zette hem op de fiets en hij fietste zo weg”, “Ze kwam ineens de keuken binnenlopen met het nieuws dat ze kon fietsen”, “M’n moeder heeft een dag met haar geoefend en toen kon ze het.” Ik verwachtte dus ook zoiets.

Toch ging het iets moeizamer. Eerst vond ze het al eng om met haar fiets aan de hand te lopen. Omdat ze zo bang was dat die fiets om zou vallen leerde ik haar eerst maar om de fiets op de straat te gooien, waarna ze er in ieder geval op durfde te zitten. Maar trappen? Ho maar. Elke keer was er weer iets niet goed, waardoor ze niet kon beginnen met oefenen: “Nee, m’n trapper zit niet goed, ik moet er weer af”. En elke keer had ze weer nieuwe ideeën: “Mama ik heb nu gedroomd hoe ik moet leren fietsen, ik weet nu hoe het moet.”
“Je moet dit doen”
“Nee, ik weet hoe het moet”
“Nee, je mag me niet loslaten!”

En toen, wonder boven wonder zat ze op de fiets en trapte ze. Terwijl ik haar vast hield welteverstaan. Na één keer trappen stopte ze weer. Het punt was dat ze eigenlijk heel voorzichtig wilde leren fietsen. Maar ja, dat kán niet met fietsen, want als je voorzichting (lees: langzaam) bent, dan val je om. Haar voorzichtigheid is overal handig voor, behalve voor het fietsen.

Elke dag oefenen

Toen kwam er een winter en dit voorjaar besloot ze – na weer een paar dramatische ruzies tijdens het oefenen op straat – dat ze zichzelf maar ging leren fietsen. Elke dag, zodra ze uit school kwam, ging ze in de tuin rondjes ‘fietsen’. Eén keer trappen en dan durfde ze de tweede trap niet meer. Maar ze bleef oefenen: “Kijk mama, ik kan het al bijna!”

In de meivakantie gingen we samen met haar oefenen op het schoolplein. Zodat ze meer ruimte had als in de tuin en minder bekijks dan in de straat. En ja hoor, ze fietste! Het hele schoolplein over.

En ook nu, zodra ze uit school komt, fietst ze in de tuin. Of in het steegje naast het huis. Elke dag. Inmiddels is ze ook een paar keer op haar eigen fiets naar school geweest en dan is het zo aandoenlijk:
Een trots meisje loopt uit school direct naar haar fiets, kijkt heel geconcentreerd waar ze de weg op moet. Fietst extreem serieus langs de auto’s en iedereen die ze tegenkomt en kent roept ze of ze belt, helemaal trots dat ze op de fiets is. Als het aan haar ligt, doet ze de hele dag niks anders dan heel trots, heel veel rondjes fietsen.

Dus mocht het ook wat moeilijk gaan met het leren fietsen van je kind, er is hoop… en vooral een hoop trots 😉

Lees ook: Blij dat ik fiets

Geef een reactie